De valse dageraad – Jan van Aken

Van begin tot eind boeiend. Extreme avonturen. Eigenlijk te veel voor één mens, maar in een roman is dat uiteraard geen punt.

Ik heb De valse dageraad van Jan van Aken denk ik al wel zes keer gelezen. En dat ga ik zeker nog eens doen. De zinnen zijn soms behoorlijk lang, maar mij stoort dat absoluut niet. Lees de flaptekst hieronder anders ook even, daar zijn de zinnen ook niet kort 🙂

Must-read

Het verhaal is van vroeger, maar niet ouderwets.

Als het aan mij ligt, lezen onze dochters dit boek over een paar jaar ook: het is een must-read. Ik was begin twintig toen ik het voor het eerst las: ik had het dikke boek mee in mijn backpack tijdens onze treinvakantie naar Tsjechië.

Flaptekst:

We schrijven het jaar 1065. Een oude monnik krabt in zijn cel een bijbel schoon, zodat hij, voor hij zal sterven, op het vrijgekomen perkament zijn levensverhaal kan vastleggen.

Het is het verhaal van smidszoon Hroswith, die vogelvrij wordt verklaard omdat hij het aanlegt met de dochter van een graaf. Hij vlucht naar Engeland, lijdt schipbreuk, wordt als slaaf verkocht, en dan beginnen lange omzwervingen die hem over de grote rivieren van Rusland naar Damascus voeren.

Als Hroswith, inmiddels een geleerd man, na jaren terugkomt in de Lage Landen, wordt hij, ongewild, pion in een politiek machtsspel: keizer Otto III, die Rijksdag houdt in Nijmegen, verzamelt talentvolle mensen om zich heen en wil dat Hroswith meewerkt aan het verwezenlijken van zijn droom. Hroswith volgt het rondreizende hof naar Rome, waar de gebeurtenissen in een stroomversnelling komen.

In De valse dageraad zien Hroswiths tijdgenoten voortekenen van de Apocalyps: zal het gekluisterde Beest uit de Openbaringen worden ontketend?

>>>Terug naar de Aanraders